info@theater-aanz.nl | 024-6635370

Interview met Sjors en Quirijn op Gay.nl

Gepubliceerd op Gay.nl
https://gay.nl/articles/225946/wij-komen-zon-driehonderd-keer-per-week-uit-de-kast/

 

Voor Theater AanZ bezoeken acteur Sjors Wijers (27) en publieksbegeleider Quirijn Lokker (29) scholen met ‘Lokaal G 1.25’, een universele voorstelling over pesten, homofobie en angst voor de ander. ‘Ons bezoek is vaak het enige moment dat leerlingen in aanraking komen met deze onderwerpen.’

Theater AanZ maakt educatieve, verbindende voorstellingen over diversiteit voor zowel leerlingen als docenten. Dat doen ze goed. Op de site regent het positieve reacties en als bekroning van hun werk ontving de organisatie vorig jaar de Annie Brouwer Korf Prijs, een aanmoedigingsprijs voor een organisatie die zich hard maakt voor LHBT’s.

Lokaal G 1.25 gaat over homoseksualiteit en vriendschap. De hoofdvraag: wat zou jij doen als je beste vriend homo is? Een voorstelling bestaat uit twee delen. Eerst voeren vier acteurs het heftige stuk op, daarna bestaat er drie kwartier ruimte voor een belangrijk nagesprek, waarin leerlingen de kans krijgen om de acteurs hun angsten en vragen uit te laten spelen.

Wat zijn jullie rollen binnen de voorstelling?
Sjors: ‘Ik speel Jeroen, een jongen die aan zijn beste vriend Gio wil vertellen dat hij op jongens valt, maar daar erg mee worstelt. Wanneer het zover is, kan Gio ook helemaal niets met de informatie en escaleert het gesprek. De voorstelling heeft dus niet een bijzonder happy end.’
Quirijn: ‘Ik ga pas echt aan de slag in het interactieve deel dat volgt op de voorstelling. Samen met de acteurs en het publiek ga ik de dialoog aan.’

‘Zelfs de meest drukke groepen zijn na twee minuten muisstil’

Sluit het stuk goed aan op de beleefwereld van de leerlingen?
S: ‘Ontzettend. Leerlingen kunnen zich altijd wel verplaatsen in één van de vier personages. Zelfs de meest drukke groepen zijn na twee minuten muisstil.’
Q: ‘We zorgen ook dat leerlingen voorbereid zijn op onze komst. Docenten ontvangen een brief met instructies om het onderwerp vast in te leiden in de klas. Voor heel veel leerlingen is dit het eerste moment dat in de klas over homoseksualiteit wordt gepraat. Dat vinden ze heel spannend. Ik vertel de leerlingen voor de voorstelling ook precies wat er van ze verwacht wordt.’

Wat wordt er precies van ze verwacht?
S: ‘De eerste 45 minuten mogen ze lekker kijken, daarna moeten ze actief meedoen. Ze krijgen dus de tijd om rustig aan het onderwerp te wennen. De voorstelling gaat in de basis ook niet over homo’s, maar over vriendschap.’

Sjors (rechts) in gesprek met de klas.

Sjors (rechts) in gesprek met de klas.

Waren jullie bang voor objectivering van 'de homo'? Die ligt bij een voorstelling als deze – of voorlichting überhaupt – altijd enigszins op de loer, lijkt me.

Q: ‘Het grote voordeel bij deze voorstelling is dat de vier personages heel erg van elkaar verschillen en dat het verhaal situaties bevat waar iedere leerling wel mee in aanraking komt. Daardoor komt het heel dichtbij. Laatst hoorde ik bij een opvoering een meisje achter in de klas zeggen: ‘O, dit is echt precies hoe het er bij ons aan toe gaat.’
S: ‘Een heel belangrijke vraag die deze voorstelling stelt is: wie ben jij als vriend? Hoe zou jíj ermee omgaan als een vriend gay blijkt?’
Q: ‘In het tweede deel spelen we de angsten en vragen uit waar leerlingen mee komen. Ineens zien ze dan bijvoorbeeld in dat “Ik heb niks met homo’s” een bizarre reden is om een goede vriendschap te verbreken.’
S: ‘Vaak komen de standaard angsten naar voren. Wat als hij verliefd op me wordt? Wat als hij vrouwelijker wordt? Al snel zien ze hoe vreemd het is dat het altijd gaat over hen, in plaats van over degene die uit de kast komt. We hebben zelden dat een klas totaal niet openstaat voor een gesprek.’

‘Vaak denk ik: het is maar goed dat wij hier staan’

Verschillen de reacties per opleidingsniveau?
S: ‘Toen ik bij Theater AanZ begon, deed ik wel bepaalde aannames, maar ik ben daar wel heel erg in verrast. Niet de afkomst, huidskleur of het opleidingsniveau van de leerlingen, maar de sfeer op school blijkt bepalend. Docenten hebben daar de belangrijkste rol in. We komen op VMBO-scholen waar de sfeer ontzettend open is en op VWO-scholen waar nooit over dit onderwerp gepraat wordt. VMBO-groepen durven vaak wel meer te zeggen en dat komt het spel alleen maar ten goede. De angsten, twijfels en vragen komen zo veel sneller boven. Je komt sneller bij de kern uit en de sfeer is energieker.’
Q: ‘De sociale druk in de groep kan ook enorm bepalend zijn. Een jongen zei laatst tijdens een bezoek dat hij zijn vriend best wel zou accepteren als die uit de kast zou komen. Toen zijn klasgenoten daar verontwaardigd op reageerden, zag je hem driftig op zoek gaan naar een voorbehoud, bijvoorbeeld: “Maar hij mag niet bij me logeren”. Niemand wil buiten de groep vallen; je kop boven het maaiveld uitsteken is voor de meesten te eng.’

Is 1,5 uur genoeg?
S: ‘Je neemt niet iedereens angsten en twijfels weg in 1,5 uur, maar we geven leerlingen in ieder geval de tools om elkaar te bevragen, in plaats van aannames te doen over elkaar. Sommigen hebben wat meer tijd nodig om te verwerken wat er allemaal gezegd is tijdens de les. Bij hen valt ’s avonds tijdens het tandenpoetsen ineens het kwartje. Het is dus wel belangrijk om ons bezoek op te volgen.’
Q: ‘Onze voorstelling is vaak het enige moment dat leerlingen in aanraking komen met deze onderwerpen. Dat is niet genoeg. Het is daarom heel belangrijk dat docenten zelf het gesprek aangaan en dat er docenten zijn die zelf open durven te zijn over hun homoseksualiteit . Je hebt als 14-jarige LHBT voorbeelden nodig. Homoseksualiteit moet een natuurlijk onderdeel vormen op alle vlakken, ook in schoolboeken bijvoorbeeld. Datzelfde geldt voor genderidentiteit en culturele diversiteit. Vaak hebben de leerlingen nog nooit gepraat over hun culturele of religieuze verschillen en docenten weten vaak ook niet hoe ze dit soort onderwerpen moeten aansnijden.’

Jullie zijn zelf gay. Is het daardoor soms lastig om bepaalde situaties niet persoonlijk te nemen?
Q: ‘Aan het eind van de voorstelling is er ruimte voor een vragenvuurtje. De eerste vraag is daar haast altijd wie van ons zelf homo is. Sjors en ik komen dus iedere keer uit de kast. Als je berekent voor hoeveel mensen wij op jaarbasis uit de kast komen, klinkt het bijna sadomasochistisch.’

Is het zo vaak?
Q: ‘Zo’n driehonderd keer per week. En wat betreft moeilijke vragen. Ik ben een hoop gewend inmiddels. Je moet ook volledig eerlijk zijn wanneer je je persoonlijke verhaal vertelt. De leerlingen hebben het meteen door als je liegt.’
S: ‘Ik schrik weleens hoor, van bepaalde opmerkingen. Toen ik dit werk net ging doen, wist ik niet of ik het wel aan kon. Ik werd af en toe echt geraakt en dat bleef soms best hangen. Nu denk ik iedere keer als ik zo’n verkeerde opmerking hoor: het is maar goed dat wij hier staan. Ik heb liever dat ze het op ons afvuren, dan op hun klasgenoten.’
Q: ‘Als het ons helemaal niets meer zou doen, moeten we stoppen. Dan zijn we te afgestompt geraakt.’

Tekst: Martijn Kamphorst / Fotografie: Theater AanZ

 

<< Terug naar het nieuwsoverzicht

“De boodschap is duidelijk aangekomen.” Meer reacties >>
“Ik heb met open mond van verbazing gekeken.” Meer reacties >>
“Jullie hebben me weten te raken!” Meer reacties >>
“Gewoon uit respect voor mijn ouders en mijn geloof.” Meer reacties >>
“Elk jaar laat ik als CKV-docent ‘Lokaal G1.25’ komen.” Meer reacties >>
“Weten wat er in het hoofd afspeelt.....” Meer reacties >>
Geef zelf een reactie >>
vEng 191 LR
In gesprek met minister Van Engelshoven Meer lezen >>
Twitter